Een onderdeel van ons project is het bezoek van een jonge Syrische vluchteling in de klas. Op dit moment hebben we 30 sprekers, met allemaal een uniek persoonlijk verhaal. We stellen hier enkele sprekers voor. Elke school wordt door ons gekoppeld aan een van onze 30 sprekers.


Akram

Akram

‘Ik wilde niet weg uit Syrië. Aleppo is mijn thuis, ik houd van de mensen daar, meer nog dan van mijn familie. Maar ik wilde bij Layla zijn, en ik wilde dat ze veilig zou zijn.’

Gevangenen zeggen dat het maar beter is om op straat om te komen, door een bom of een kogel, dan opgepakt te worden. Want dan ga je maar één keer dood. In de gevangenis sterf je elke dag.
Ola

Ola

‘Ik mocht niet omkijken. Farhan werd door de Griekse douane opgepakt en ik moest alleen het vliegtuig naar Nederland in. Ik was hoogzwanger, ik moest een veilige plek hebben om te bevallen. Ik kon niet omkijken om te zien wat ze met mijn man deden.’

Toen onze boot op de rotsen van de Griekse kust botste, viel iedereen overboord. De anderen schreeuwden: help die zwangere vrouw! In het moeilijkste moment van hun leven schreeuwden ze om hulp. Niet voor zichzelf, maar voor mij.
Mustapha

Mustapha

‘Twee dagen nadat het oorlog werd in Aleppo, in juli 2012, besloot ik uit Syrië te vertrekken. Hoe eerder je de keuze maakt, hoe meer er nog te kiezen valt. Het leek me verstandig: ik had nog geld en mogelijkheden. Ik vertrok met mijn vrouw en dochter naar Erbil, in Koerdisch Irak. Ik ben zelf Koerdisch. Het was er min of meer veilig.’

Vluchteling. Het is een woord dat een negatieve lading heeft gekregen, dat vind ik vervelend. Nu ben ik een vluchteling, maar ook nog altijd een mens. Met verantwoordelijkheden: voor mijn familie, mezelf en de samenleving.
Salma

Salma

Nederlanders proberen me in Syrië te houden. Ze doen het niet expres. Ze proberen aardig te zijn, maar omdat ze altijd naar mijn afkomst vragen, naar mijn vlucht, leren ze mij niet kennen.

Ik heb er niet voor gekozen om een vluchteling te zijn. Ik ben een persoon, een mens.
Omar

Omar

‘Mijn familie kwam in november 2016 naar Nederland. We hadden al vier jaar niet onder hetzelfde dak geleefd. In januari 2013 werd ik opgepakt door de politie. Samen met twee van mijn broers en mijn zwager. Ik weet nog steeds niet waarom ze ons vastzetten. Na tien maanden wist ik te ontsnappen. In Damascus voelde ik me niet meer veilig.

Amer, mijn zoon, was gewond geraakt toen er een bom op zijn school viel.
Alan

Alan

’10 Juni 2014. Dat is de dag dat ik in Nederland aan kwam. Precies drie maanden eerder vertrok ik uit Syrië. Aan het begin van de revolutie ben ik de straat op gegaan om te demonstreren. Maar als je in een dictatuur leeft, mag dat niet, het is gevaarlijk.’

Ik ben gewoon Alan, ik ben niet alleen vluchteling.